Belangrijke wijzigingen in het omgevingsrecht

female_construction_worker_final.jpg

Zowel in het Vlaams als in het Brussels Gewest zijn onlangs belangrijke zaken veranderd in het omgevingsrecht. In Vlaanderen gaat het om nieuwe regels over de handhaving van stedenbouwkundige inbreuken en een optimalisering van het ruimtelijk rendement met een soepelere vergunningsprocedure. Brussel werkt aan kortere vergunningstermijnen.

Kijken we eerst naar de situatie in Vlaanderen. Daar geldt sinds 1 maart 2018 een nieuw handhavingsregime, geïnspireerd op het hervormde milieuhandhavingsregime. Daarbij wordt ingezet op een bestuurlijke handhaving in plaats van een strafrechtelijke. Het is de bedoeling stedenbouwkundige inbreuken effectiever te bestraffen.

Tot voor kort werd gemiddeld 85 procent van de vervolgingen inzake stedenbouw geseponeerd. Slechts 9 procent van de processen-verbaal leidde tot een effectieve veroordeling voor de strafrechter. Handhaving via de administratie kan dat verhelpen. Zo kunnen verkeerde vermeldingen in vastgoedadvertenties voortaan bestraft wordt met een exclusieve bestuurlijke boete tot 50.000 euro, opgelegd door een administratief bestuur en niet door de strafrechter.

In het Vlaams Gewest is sinds 30 december met de Codextrein ook een soepeler vergunningstraject ingezet, met minder beroepsmogelijkheden. Een voorbeeld: wanneer u niet akkoord was met een stedenbouwkundige vergunning voor werken naast de deur, dan kon u die vergunningen op twee niveaus aanvechten. Er was eerst het openbaar onderzoek, en na het uithangen van een affiche kon iemand bezwaren indienen bij de gemeente. In tweede instantie kon men die vergunning nog eens betwisten bij de provincie. Die twee beroepsmogelijkheden zijn nu op elkaar afgestemd. Als men bijvoorbeeld vergeten is aan de gemeente te laten weten dat men niet akkoord gaat, dan kan men niet meer naar de provincie voor een beroep. Alert zijn bij een lopend openbaar onderzoek is de boodschap.

Ook de lokale overheden werken mee aan een meer soepele vergunningsprocedure. Het openbaar onderzoek en het vergunningsdossier worden nu digitaal georganiseerd via het Vlaamse Omgevingsloket. Het papieren en het digitale vergunningsdossier zijn nu integraal op elkaar afgestemd om het verwerken van bezwaren tegen omgevingsvergunningen te vergemakkelijken.

Een andere wijziging met de Codextrein is dat er vroeger vaak vergunningen werden geweigerd op basis van zeer oude verkavelingsvoorschriften. Die weigeringsgrond is geschrapt. Dat is een positieve beweging voor de vergunbaarheid.

Voorts is het zogenoemde Vlaamse as-builtattest vernieuwd. In dat attest maakt de architect een technische evaluatie van de conformiteit van een gebouw met de vergunningen. Het geeft de koper van een pand een bijkomende rechtszekerheid over de afwezigheid van stedenbouwkundige inbreuken bij zijn aankoop. Benieuwd hoe gemeenten hier mee zullen omgaan in hun vergunningsbeleid.

Ook in het Brussels Gewest verandert er heel wat. In het Brussels Wetboek Ruimtelijke Ordening (BWRO) is er een grote verandering op til die al gedeeltelijk in werking is getreden, met één groot doel: vereenvoudiging en snellere vergunningsverlening. In het Brussels Gewest wordt vanaf 2019 gewerkt met dwingende vergunningstermijnen. De beslissingstermijnen zijn korter en bij het niet respecteren ervan is er automatisch een stilzwijgende weigeringsbeslissing. Gemeenten zullen vanaf 2019 deze verscherpte termijnen dus goed moeten respecteren, op straffe van een weigeringsbeslissing.